Verhaallijn

VERHAALLIJN

Hoe ziet een verhaallijn er uit?

Weten waar je op het pad van een personage hindernissen opwerpt, maakt het heel wat eenvoudiger voor het opstellen van een plan en het verhaal overtuigender.

Start. Meestal begint een verhaal met een incident, wat in diverse handleidingen het “beginincident” wordt genoemd, of de "invoering van een probleem". Wat zal het personage doen en wat niet? Welk doel streeft hij na? Welke zorgen heeft hij? Voorbeeld: de vrouw van een man wordt vermoord. Door de omstandigheden geraakt hij in het verdacht en hij weet dat hij geen mogelijkheid heeft zijn onschuld te bewijzen. Zijn dilemma? Aangehouden worden en hopen dat de gezworenen hem geloven, of vluchten en proberen de ware schuldige te vinden. Maar zijn vrienden en familieleden proberen hem te overtuigen zich de politie te stellen.

Begin met iets dat de lezer meteen in het verhaal brengt en hem aanspoort verder te lezen. Dat kan door een proloog die de lezer nieuwsgierig maakt naar het vervolg zonder het plot te verraden.

 

Midden. Een verhaallijn bestaat uit meerdere incidenten of kleinere problemen. Dit zijn hindernissen die de uitdaging van het personage verhogen. Voorbeelden: het personage staat op het punt de ware dader te ontmaskeren, maar hij wordt door een vriend verraden en moet weer vluchten, of hij wordt door iemand vastgehouden die toevallig zijn weg kruist, of hij heeft een ongeval dat hem belet zijn einddoel te bereiken)

Begin met kleine, afstandelijke en controleerbare hindernissen, om te vermijden dat het hoogtepunt van je verhaal te vroeg komt.

 

Op de verhaallijn komt minstens één duister moment waarop lijkt dat het hoofdpersonage zijn vooropgesteld doel niet zal bereiken. Meestal gebeurt dit na het overwinnen van de grootste hindernis of bij het besef welke hindernis er moet overwonnen worden.

 

Met de grootste hindernis verstaat men een conflictsituatie, het moment waar het hoofdpersonage geconfronteerd wordt met iets onverwacht, wat hem aan het twijfelen zal brengen. Een wanhoopssituatie. Dat is wat je in het begin of midden van het verhaal hebt geplaatst. Voorbeelden: de moord op je vrouw, je wordt vals beschuldigd en je omgeving stoot je af,…)

Climax. Alle conflicten zijn opgelost. Je hoofdpersonage bereikt of bereikt niet wat hij zich tot doelstelling had gemaakt. Doorheen het avontuur heeft je personage

ervaring opgedaan, is zijn karakter veranderd of heeft hij een les geleerd. (voorbeelden: een vriend gewonnen, het ware gezicht van familieleden leren kennen, zijn geloof in gerechtigheid verloren, …)

 

Opmerking: sommige elementen van het slot staan ook al in je begin. Schrijf geen einde dat als een bliksem uit de hemel komt. Los geen conflict op door een onverwachte tussenkomst van een derde persoon die in het verhaal geen rol heeft gespeeld, want dat verzwakt je plot. Meestal zijn alle personen die in het verhaal een rol spelen genoemd in het eerste vijfde deel van het boek. Bij 200 pagina's betekent dat dat je in de eerste 40 pagina's alle personages hebt genoemd. Natuurlijk is dat een algemene regel.

 

Bijkomende tip: als je bovenstaande tips aan de praktijk wilt toetsen, lees dan een aantal boeken van verscheidene auteurs en uiteenlopende categorieën. Analyseer het verhaal. Maak notities. Probeer het plan(verhaallijn) te herkennen. Zoek het beginincident, de conflicten, de hindernissen, wat daar dan op volgt en hoe de climax voorbereid wordt. Theorie is goed en nodig, maar praktijk is beter. Lees veel. Wat niet betekent dat je andere auteurs moet naäpen. Na een aantal boeken onder de loep te hebben genomen, zul je bij ieder nieuw boek heel snel de structuur herkennen. Een ander begrijpen, helpt ook jezelf te verbeteren. Dan blijft er alleen nog maar: oefenen. Veel schrijven.Ullamco laboris conse reprner natuss voluptae dui velitw escillum dolore fuwnulla pariatur excpteur cupidta proiden perscais eiusmo tempora incidunt labore scelerisque eget fringilla non nulla magnas.

 

 

BANK